Als je leeft, moet je leven
Jan Bruynen (42) legt dagelijks een kilometer of veertig af in de omgeving van Grubbenvorst, een dorpje vlakbij Venlo. Weer of geen weer. Op de rolstoel van de natuurliefhebber is een camera gemonteerd. Ik wil zoveel mogelijk mooie herinneringen vastleggen, voor mezelf en voor anderen.
Tekst: Jessie van Loon
In het echte leven gaan goed en kwaad altijd
hand in hand, meent Jan. Bij filmen ligt dat anders. Je
kunt lelijke dingen weglaten in de montage of gewoon niet filmen.
Een verkeersbord komt bij mij niet in beeld. Ik ga voor puur
natuur!
Het heeft heel wat voeten in aarde gehad voordat Jan aan de slag
kon. Mijn camera en de bediening ervan zijn een technisch
hoogstandje. Een groepje van vier man heeft zich samen met mij
over het probleem gebogen: de een heeft een waterdichte behuizing
gemaakt, een ander heeft iets bedacht om de draaikop waarop de
camera gemonteerd is, op de rolstoel te bevestigen. Het
grootste probleem bleef de bediening. Ik ben op
mondbesturing aangewezen. Pas toen een blaasschakelaar die op
infrarood werkt in beeld kwam, was het duidelijk dat we in die
richting de oplossing moesten zoeken. Uiteindelijk kon Jan
in december 2003 voor het eerst op pad met zijn camera.
Het realiseren van het plan heeft ruim vier jaar geduurd. In 1999
nestelde zich bij Jan het idee in zijn hoofd. Ik had twee
keer kantje boord gelegen door complicaties vanwege mijn hoge
dwarslaesie, die ik 23 jaar geleden opliep bij een motorongeluk.
Juist in slechte periodes is het extra belangrijk om mooie
herinneringen te hebben. Daarom wilde ik beelden gaan vastleggen.
Ik denk ook dat ik wat bewuster om me heen kijk, méér zie dan
de meeste mensen. Dat wil ik graag delen en daarom vind ik het
leuk dat mijn filmpjes op televisie komen.
Twee keer per maand zendt streekomroep Reindonk namelijk een
Jan en Alleman-filmpje uit, aaneengeschakelde
natuuropnamen met passende muziek eronder. De muziek moet
kloppen met de verhaallijn die ik zie in de beelden.
Het monteren is steeds een zoektocht door mijn eigen beeldarchief.
Na de dood van zijn moeder vorig jaar ging
Jan er tijdens een storm op uit en filmde twee dagen lang de
dreigende lucht, het graan op de velden, afbrekende takken,
donkere wolken en bladeren in de knop die het moesten afleggen
tegen de wind. Een muziekstuk van Tsajkovski bleek later precies
zijn gevoelens van verdriet en frustratie te verwoorden.
Veel mensen leken zich niet te realiseren dat ik mijn
moeder, de belangrijkste persoon in mijn leven, verloren had. Ze
vroegen alleen hoe het nu met mij moest. Mijn moeder heeft me
namelijk al die jaren dag en nacht verzorgd. Meteen na het
ongeluk hebben mijn ouders gezegd dat ik thuis op de boerderij
terug kon komen. Ik zou ook niet anders gewild hebben. Vergeet
niet dat je in die tijd met een dwarslaesie zonder armfunctie
veel afhankelijker was dan nu. Kinbesturing, omgevingsbesturing,
dat bestond allemaal nog niet. Pas in 1999 kreeg ik een
elektrische rolstoel die ik echt goed zelf kon besturen.
Na de dood van zijn moeder hebben zijn broer en vader de
verzorging zo goed mogelijk opgepakt. Daarnaast heeft Jan een PGB.
Dat is erg wennen, want ineens krijg je allerlei
verschillende mensen aan je lijf. Tegen twaalven zit ik in mijn
stoel en dan ga ik naar buiten. In principe ben ik 365 dagen per
jaar op pad. De natuur in. Krijg ik het koud, dan ga ik een
tankstation of winkel in om even op te warmen.
Jan is inmiddels een bekende verschijning in
het dorp en de omgeving. Veel mensen kennen me als die man
met een baard en een zwarte hoed in een rolstoel, lacht hij.
Tegen vijven, zessen keert Jan weer huiswaarts. Om zeven
uur moet ik gaan liggen en aan de beademing. Gelukkig kan ik
vanuit bed de pc bedienen om de filmpjes te monteren nadat een
vriend van me ze overgezet heeft op de harde schijf.
Aan vrienden geen gebrek. De cameraploeg is veel voor
Jan gaan betekenen en ook onderling is er een hechte band
ontstaan. Hans, een bevriende fotograaf, en Frans, de
techneut van de club die de montage van de camera op mijn stoel
voor zijn rekening heeft genomen, zie ik vrijwel dagelijks.
De vriendenclub is al bezig met een volgende stap, een meer
professionele camera. Jan geniet intussen van de mogelijkheden op
dit moment. Zijn wereld lijkt beperkt en speelt zich af in een
straal van 30 kilometer rond zijn ouderlijk huis, maar Jan heeft
geen groter gebied nodig. Als je verder van huis gaat, moet
je een taxi bestellen en zorgen dat je op een bepaalde tijd op
een bepaalde plaats weer klaarstaat. Als ik ergens ben waar het
mooi is, wil ik niet op de tijd te hoeven letten. Hier ken ik de
omgeving als mijn broekzak. In 2002 legde ik 22.6000 kilometer af,
dus dan weet je het wel.
Met de toekomst houdt hij zich niet al
teveel bezig. Ik leef bij de dag. Soms vragen mensen hoe
het later moet. Stel dat mijn vader of broer wegvalt, wat dan? Ik
weet het niet, maar heb me ook niet ingeschreven voor een
aangepaste woning of wat dan ook. Mocht ik hier niet kunnen
blijven wonen, dan zien we wel weer verder. Sommigen vinden dat
kop-in-het-zand-steek-politiek, maar misschien ben ik er al
eerder niet meer dan zij, wie zal het zeggen.
Niet dat Jan genoeg heeft van het leven, zeker niet. Het filmen
heeft zijn leven een extra dimensie gegeven, maar dat ziet er wel
heel anders uit dan hij ooit hoopte. Ik zou de boerderij
overnemen, had een lieve vriendin en hield van motorcrossen.
Laten we eerlijk zijn, een leven zonder sex, drugs and rock
n roll, zoals ik het wel eens noem, is niet wat je
voor ogen hebt als negentienjarige.
Een levensmotto? Als je dood bent, mag je rusten. Als je
leeft, moet je leven. Elke dag probeer je er weer het beste van
te maken. Het is mijn variant op roeien met de riemen die
je hebt. Want daar komt het uiteindelijk toch op neer.
© Jessie van Loon, januari 2005