Hallo, ik word volwassen!

Pubers staan vooral bekend als lastig, vervelend, onverschillig en brutaal. Jammer, vindt Irma Morelis, schrijfster van het boekje Ik puber wat, begrijp je dat? en zelf moeder van twee tieners. “Het woord ‘puber’ heeft een negatief imago. En natuurlijk zijn het niet altijd lieverdjes, maar zijn volwassenen dat wel? Hoe gedroegen wij ons in die tijd?”

Tekst: Jessie van Loon

Wanneer de puberteit begint, hoe lang een kind pubert en wat voor pubergedrag het vertoont, verschilt per kind. Feit is dat iedereen door deze periode heen moet. “Het is een stap op weg naar volwassenheid. Je lichaam begint zich te ontwikkelen, je hormoonhuishouding verandert en dat heeft invloed op je doen en je denken.”
Morelis noemt de puberteit ‘de tweede peutertijd’. “Het zijn allebei perioden van ontdekken, grenzen verkennen. Het is belangrijk dat kinderen die mogelijkheid ook krijgen, dat ze mógen puberen. Het is immers een wezenlijk onderdeel van je ontwikkeling en een stap om je los te maken van je ouders. Een kind dat niet pubert, komt later in de problemen. Het heeft geen kans gekregen om te ervaren wat goed of slecht is, want het kind heeft te weinig het hoofd gestoten en zal zich minder gemakkelijk staande houden.”
De vraag is natuurlijk wat ‘gezond puberen’ is en wanneer de grens bereikt is. “Ouders zijn de grensrechters, maar weten van tevoren soms ook niet waar de grens ligt. Het kind zal daarom uitproberen hoever het kan gaan. Belangrijk is dat de ouders consequent zijn en in elk geval naar het kind toe één lijn trekken. Kibbelen over wat wel en niet toelaatbaar is in het bijzijn van het kind, schiet niet op. Bewaar dat soort discussies voor een later moment,” adviseert Morelis.
De ouders: ze lijken het sleutelbegrip als het om pubers gaat. “Vergeet niet dat pubers nog kinderen zijn. Een groot stuk van de verantwoordelijkheid ligt bij de ouders. Maar de kinderen hebben intussen wel eigen ideeën en willen serieus genomen worden. Communicatie, verbaal en non-verbaal, is dan ook erg belangrijk. Spreek elkaars taal. Dat hoeft niet te betekenen dat je als moeder ineens ook alles ‘shit’ vindt, maar wel dat je het kind benadert als gelijkwaardige. Als iemand die wat te zeggen heeft en gehoord mag worden.” Daarnaast hebben kinderen voorbeelden nodig, rolmodellen. Tieners op weg naar volwassenheid kijken naar de volwassenen in hun buurt om zich aan te spiegelen. Eigenlijk spiegelt het kind (het gedrag van) de volwassene. Morelis weet maar al te goed dat kinderen je tegelijk een spiegel voor kunnen houden, met een dochter van twaalf en een zoon van zestien. “Ik herinner me nog dat mijn dochter een keer thuiskwam en iets wilde vertellen. Ik was bezig en scheepte haar af met ‘nu even niet’. Een halfuur later belde een vriendin en we kletsten een poosje. Mijn dochter was laaiend, want waarom kon ik niet vijf minuten naar haar luisteren en wel twintig minuten aan de telefoon hangen? Ze had gelijk. Op die leeftijd pikken ze zoiets niet meer. Ze zijn te jong om dan tactisch en rustig hun gelijk te halen; ze vinden het meteen ‘onrecht’, ‘vet stom’of ‘aso’. Je kunt je als ouder opwinden over zo’n uitbarsting maar hoe reageerde je zelf op die leeftijd? En zeg nou zelf: ze hád gelijk!”
Een kind erkenning geven in zo’n situatie laat zien dat je het kind serieus neemt en dat vindt Morelis, samen met communiceren, het belangrijkste. “Pubers voelen zich vaak onzeker. Over hun lichaam dat verandert zonder dat ze er invloed op hebben. Over hun uiterlijk, de kleding en de puistjes. En daarnaast breken ze zich het hoofd over dingen als ‘hoor ik er wel bij’? Als ouders heb je als taak een kind daarbij te steunen en niet nog eens extra af te kraken.”
Pubers zijn erg gevoelig voor complimentjes. Hun zelfvertrouwen is vaak niet zo groot en benadrukken wat ze goed doen, geeft ze bevestiging. En dát is waar ze behoefte aan hebben, benadrukt Morelis. “De veiligheid van thuis is misschien minder vanzelfsprekend door de conflicten en daarom is het belangrijk dat je als ouders laat merken dat die conflicten buiten het ‘houden van’ staan. Als een kind de tafel mee afruimt, een boodschap doet of de container buitenzet, mag dat best even positieve aandacht krijgen.”
Positieve aandacht voorkomt dat een kind zich genoodzaakt voelt om op een andere manier aandacht te trekken of het idee krijgt ‘wat ik ook doe, ik doe het toch nooit goed.’ Negatieve aandacht kunnen ze bijvoorbeeld vragen door expres te laat thuis te komen, met moddervoeten door het huis te struinen of de muziek door het huis laten knallen.
Morelis is wel wat gewend, want ze werkte jarenlang bij de politie, afdeling Jeugd- en Zedenzaken. “Daar heb ik heel wat meegemaakt. Soms ook van schuchtere kinderen uit gezinnen waar op het eerste oog geen vuiltje aan de lucht was. En toch belandden ze op het bureau wegens winkeldiefstal of vernieling. In de wetenschap of misschien wel de hoop op die manier hun ouders wakker te schudden.”
Het kan erg ingewikkeld zijn, geeft Morelis toe. “Zeker in gebroken gezinnen en eenoudergezinnen is het niet gemakkelijk, vooral omdat de ouders vaak slecht met elkaar communiceren, niet op één lijn zitten en kinderen minder aandacht geven omdat ze het druk genoeg met zichzelf hebben. Een kind in de puberteit heeft stabiliteit nodig, een veilige plek waar ze zichzelf kunnen zijn. Ouders die er op die manier tegen aankijken en er proberen te zijn voor hun kinderen, zitten denk ik op de juiste weg. Twijfels of je het als ouder goed doet, zul je altijd houden. En je kind loslaten vindt elke ouder moeilijk.”
Tot slot wil Morelis nog één ding meegeven: “Pubers zijn op hun eigen, tegendraadse manier leuk. Probeer dat te blijven zien, lach af en toe stilletjes om hun nukken en denk daarbij terug aan je eigen puberale gedrag. Hoe wilde ú dat uw ouders reageerden? Weet u nog hoe gekrenkt u was toen uw moeder zei dat je je niet zo moest aanstellen toen die ene pukkel zo dramatisch leek? Leef je in.”

Bij problemen kunt u altijd contact opnemen met de thuiszorginstantie, bureau Jeugdzorg of de regionale GGD. Informeer bij uw thuiszorginstantie ook eens naar de cursus ‘Omgaan met pubers’.

‘Ik puber wat, begrijp je dat?’ van Irma Morelis is te bestellen via www.morelis-publicity.com of via de boekhandel (ISBN 9080805114), prijs € 12,70.

© Jessie van Loon, april 2005